
Het allereerste stukje dat ik postte op mijn web-log:
Organist en levenskunstenaar Hans Fidom stuurde me een mail om me te laten weten dat hij één van de artikelen over mijn lievelingsschool (de Schumann Akademie) in zijn tijdschrift Het Orgel wil publiceren. Dank je wel! 
Hieronder het stuk, uit De Orgelkrant van oktober 2005. Het was een onderdeel van m’n musicologisch onderzoekje naar muziekopleidingen in deeltijd.
Zoals er naast de reguliere universiteiten de ‘Open Universiteit’ is, zo is er naast de conservatoria de Schumann Akademie: dé plek voor wie bij nader inzien alsnog graag een muziekstudie wil doen of zelfs een muziekvakdiploma halen. Martine Mussies interviewde twee organisten om een beeld te geven van wat studeren aan de Schumann Akademie inhoudt: Bert ten Hoeve, die er in 2003 zijn getuigschrift Hoger Beroepsonderwijs Muziek behaalde; en Euwe de Jong, directeur van het instituut. Martine Mussies is initiatiefnemer en redacteur van Encore!Magazine.
De Schumann Akademie ontstond in 1995 uit een fusie tussen het MOS en het RMO. Eén van de mogelijkheden die de Akademie biedt is de zogenaamde Combi-opleiding. Met deze opleiding, uniek in Nederland, kunnen studenten schriftelijk colleges Algemene Theoretische Vakken volgen. Voor Bert ten Hoeve was het een uitkomst: ‘Ik koos voor de Combi-opleiding, omdat ik nog niet wist in welk tempo ik naast mijn dagelijkse werk kon studeren. Op deze manier hoefde ik naast mijn drukke baan – ik was conrector en docent wiskunde op een grote scholengemeenschap – niet elke week naar de cursuslocatie. Aan de andere kant vermoedde ik dat veel leerstof me al bekend zou zijn, wat dan weer een positief effect zou hebben op het studietempo.’
Ten Hoeve is zonder meer positief over de opleiding. ‘Alle schriftelijke lessen waren van een zeer goed niveau, evenals de begeleiding en correctie door Euwe de Jong. Het enige nadeel was dat in de Combi-opleiding geen Muziekgeschiedenis aan bod kwam. Dus toen ik na twee jaar Algemene Theoretische Vakken in 1997-1998, het derde jaar in Utrecht ging volgen, moest ik dat vak in zijn geheel alsnog en in één jaar doen.’ Voor het overige sloot de Combi-opleiding prima aan op het derde jaar. Ten Hoeve: ‘Alle theorielessen kreeg ik weer van Euwe en dat ging heel plezierig en goed. De muziekgeschiedeniscolleges werden gegeven door Eric Visser en ook zijn stijl van lesgeven sprak me zeer aan.’
Verschilt een gemiddelde klas op de Schumann Akademie veel van een doorsnee conservatoriumklas? Euwe de Jong vindt van wel: ‘Er is een groot verschil in motivatie van studenten’, meent hij. ‘Onze studenten zijn over het algemeen wat ouder en daardoor is hun motivatie veelal groter dan op het conservatorium.’ Bert ten Hoeve beaamt dat, maar maakt ook een kanttekening: veel studenten bleken bij het begin van de algemene opleiding vooral gericht te zijn geweest op hun eigen instrument. ‘Begrijpelijk natuurlijk: als je altijd maar met orgelmuziek bezig bent, zullen bijvoorbeeld de Weense klassieken je een zorg zijn. Vaak zijn de studenten in het begin dan ook betrekkelijk slecht geïnformeerd in brede zin. Ze kunnen daardoor moeite hebben met een vak als muziekgeschiedenis. In de tijd dat ik aan de academie studeerde, bleek het moeilijkste punt voor veel studenten dan ook het huiswerk te zijn.’
Daarmee noemt Ten Hoeve een essentieel aspect van studeren aan de Schumann Akademie: zelfstandigheid is een must, omdat de studenten maar één keer in de week les hebben. Euwe de Jong bevestigt het: ‘Ja, bij ons kom je maar één dagdeel, maar wel een dagdeel waarin heel veel gebeurt! Zo brengen wij mensen wat harmonie en contrapunt betreft in drie of vier jaar op hetzelfde niveau als een conservatorium. Op een vak als Algemene muziekleer scoren we gemiddeld genomen zelfs zeker zo goed, omdat het hier gestructureerder wordt aangeboden.’
Die structuur is een tweede belangrijk kenmerk van de Schumann Akademie: de verschillende vakken worden zoveel mogelijk geïntegreerd aangeboden. Bovendien wordt bij de samenstelling van het pakket expliciet gelet op wat de student praktisch met de theoretische kennis doet. Zo krijg je bijvoorbeeld in het eerste jaar geen apart onderdeel ritmetikken, zoals op het conservatorium. Euwe de Jong: ‘Wij hadden vroeger op het conservatorium zo’n ritmeklasje, nou, dat sloeg echt helemaal nergens op! Lekker op de trommeltjes slaan, maar snappen wat de bedoeling was, ho maar! Je moet zulke dingen eerst in een kader plaatsen. Daarom beginnen wij met muziekgeschiedenis ook niet in de Middeleeuwen, maar juist verder, bij de Weense Klassieken, dan kweek je een groter begrip. We doen dat omdat we vinden dat muziek geen hokjesvak is: alles heeft met elkaar te maken.’ De docenten willen de integratie nu verder doortrekken: ‘We zijn bezig om in de methodieklessen voor pianostudenten verbanden te leggen met de theorie en met de algemene onderwijsleer. Wat in de methodiekles verteld wordt, wordt dus toegepast in de hoofdvakles.’
De Schumann Akademie is primair een theorie-opleiding en kent geen toelatingsexamens. Wie een praktijkexamen in een hoofdvak wil doen, moet voorspelen bij één van de vakdocenten en die beoordeelt dan waar de student staat. ‘Studenten bewijzen zichzelf naar mijn overtuiging een grote dienst wanneer ze een ander dan hun eigen docent vragen om een “second opinion”,’ raadt Euwe de Jong aan. ‘Ga dus ook bij anderen voorspelen en laat hen hun prognose noteren. Zo krijg je een objectiever beeld van wat je mogelijkheden zijn.’
Na het afronden van de Algemene Theoretische Vakken kunnen studenten aan de Schumann Akademie desgewenst beginnen aan Algemene Onderwijsleer, Didactiek en – natuurlijk – voorbereidingen op het praktijkexamen. ‘Na het schriftelijk gedeelte werd me duidelijk dat het diploma haalbaar moest zijn’, zegt Bert ten Hoeve, ‘al wist ik bij lange na nog niet wat me later allemaal te wachten stond. Vooral het praktisch gedeelte was erg zwaar.’ Gezien zijn onderwijsopleiding en ervaring kreeg Ten Hoeve een vrijstelling voor de didactische vakken. Intussen had hij al privé-orgelles genomen bij Stephen Taylor in Utrecht, iemand die in principe helemaal los staat van de academie. ‘Het is enerzijds jammer dat die lessen voor het praktijkgedeelte van het hoofdvak niet geïntegreerd waren in de opleiding aan de Schumann Akademie,’ vindt Ten Hoeve. ‘Anderzijds is het ook een voordeel: je bent vrij in de keuze van je leraar.’ Alles bij elkaar was het vakkenpakket zeer compleet: zo startte in het najaar van 1999 een opleiding speciale vakdidactiek en orgelbouw, met als docent Wout van Andel. Ten Hoeve heeft lichte kritiek: ‘Het was heel interessant, maar jammer dat de lessen tweewekelijks waren, waardoor het geheel twee jaar duurde. Elke week les en dan in één jaar had voor mij best gekund.’
Hoewel de Akademie zich primair richt op mensen als Bert ten Hoeve, die een getuigschrift Hoger Beroepsonderwijs Muziek willen behalen, is de Schumann Akademie ook een prima instelling voor de enthousiaste amateur-organist. Euwe de Jong constateert dat de toeloop uit die groep groot is: ‘In elke eerstejaarsgroep vraag ik naar de ambities van de studenten en per klas van 10 of 12 mensen zijn er dan zo’n 7 tot 8 die ook daadwerkelijk de eindstreep wil halen; de anderen stellen hun doel anders. Prima. Wij geven twee tot drie keer per jaar een tentamen met een niet-bindend studieadvies en soms is de boodschap daarin heel duidelijk “je zult nooit een examen halen”. Maar iedereen bepaalt zelf of hij blijft of niet.’
Heeft het wel zin om allerlei theorievakken te doen, wanneer je technisch of muzikaal misschien helemaal nog niet ver bent? ‘Zeer zeker wel’, vindt Bert ten Hoeve. ‘Ik ging echt anders spelen als gevolg van de theorievakken. Vooral de lessen harmonie en contrapunt droegen hieraan bij. Voor een organist zijn improvisatie en harmonisatie belangrijke vaardigheden, en het is leuk als je wat je geleerd hebt al spelend in praktijk kunt brengen.’ Euwe de Jong is het met hem eens: ‘We hebben hier heel veel “tweede-kans-mensen”, die de lessen puur uit behoefte aan verbreding volgen. Er zijn zoveel mensen die al jaren een muziekopleiding wilden volgen, maar voor wie dat nooit mogelijk was. Nu kunnen ze dan, eindelijk, de drang die zij hebben omzetten in een basis. Of hun niveau van spelen hoog is of niet, doet er dan niet zoveel toe.’
Meer informatie: www.schumann.nl. Zie ook www.martinemussies.nl